The Virtual Window
Armchair travelling in de 21e eeuw
Web 2.0
Virtual Reality: Feit of Fictie
Pervasive Gaming
 

 

Armchair travelling in de 21 e eeuw.

De opname van televisie in de wereld en de wereld in de televisie.

Lenneke van der Waals - 3136035

 

Televisie biedt de mogelijkheid om via het televisievenster een andere ruimte en tijd te ervaren. Zowel tegenwoordig als in de beginjaren, staat het televisiekijken gelijk aan de mogelijkheid tot immersie. De beelden en geluiden kunnen de ervaring geven, te worden getransporteerd naar een andere plaats. Even is de kijker zich dan minder bewust van zijn fysieke omgeving en gaat op in de beelden op het televisiescherm. Alle aandacht gaat naar het medium en de kijker zijn perceptie is volkomen gericht op de beelden en geluiden. 1

Het bijzondere van de eerste televisie-ervaringen was, dat deze konden worden beleefd vanuit een private omgeving zoals de huiskamer. In tegenstelling tot een bezoek aan een publieke gelegenheid zoals de bioscoop. Sterker nog, de televisiekijker bleef in zijn eigen stoel zitten en kreeg de mogelijkheid de hele wereld te overzien: de armchair traveller bleef immobiel terwijl zijn blik werelden ontdekte. 2

In dit artikel onderzoek ik op welke manier er bij het kijken naar televisie in de huidige maatschappij sprake is van immersie, en of er een andere soort mogelijkheid tot immersie is ontstaan. Als uitgangspunt plaats ik daarvoor het televisiekijken in een historisch perspectief. Indirect vergelijk ik de mogelijkheid tot immersie bij het televisiekijken in de huidige Westerse maatschappij met het televisiekijken in de jaren vijftig, toen het medium net populair begon te worden.3 Om dit toe te lichten, komen de veranderingen en ontwikkelingen aan bod die bij het televisiekijken immersie mogelijk maken.

 

Immersie

Voor Aylish Wood is immersie de ervaring zich te bevinden in een ruimte, zonder er daadwerkelijk te zijn. De term wordt dikwijls gebruikt voor de beleving die gamers hebben wanneer ze zich geestelijk bevinden in de fictieve gamewereld. Dat wordt mede veroorzaakt door de audiovisuele effecten van de game, die de volledige aandacht van de speler opeisen.4 Een dergelijke definitie vind ik voor de immersiviteit van het televisiekijken te summier. De definitie van Janet Murray die in dit tijdschrift wordt gehanteerd, verstrekt een bredere beschrijving. Zo geeft Murray aan dat het gevoel van immersie zeer plezierig is voor de kijker. Immersie is volgens haar de sensatie voor de kijker om zich te bevinden in een compleet andere omgeving. Bovendien eist deze omgeving niet alleen de volledige aandacht op, het neemt de hele perceptie van de kijker over.5 Het plezierige gevoel van immersie noemt Erkki Huhtamo zelfs een drang.6 Dit plezier vindt zijn oorsprong in het voyeurisme, en ook het kunnen reizen naar verre landen en culturen op een veilige manier. 7

Robert Stam heeft in de jaren tachtig de mogelijkheid tot immersie vergeleken tussen film en televisie. Televisie zou deze mogelijkheid minder bieden door het (toentertijd) relatief kleine scherm. Een kijker zou zichzelf namelijk minder eenvoudig kunnen plaatsen in de ruimte van het beeld. Een bijkomend effect hiervan is, dat dit een vorm van voyeurisme oplevert. De kijker kan letterlijk de verbeelde wereld gemakkelijk op het kleine scherm overzien.8 Deze vergelijking tussen film en televisie lijkt logisch maar vraagt om een essentiële kanttekening. De technologie van televisie heeft zich de laatste eeuw sterk ontwikkeld. De televisieschermen zijn in grootte toegenomen, de mogelijkheden voor geluidsinstallaties zijn verbeterd, net als de kwaliteit van het beeld zelf. De prijzen van de grotere televisieschermen zijn gedaald waardoor het formaat van veertig inch schermen nu goed verkoopt in vergelijking met enkele jaren geleden.9 Een gemiddeld huishouden bezit bijgevolg een groot televisiescherm en goede apparatuur, waarmee de trend van een “thuisbioscoop” is opgekomen. Mede door de visie van Stam en door redenen die ik verderop in mijn artikel onder de aandacht zal brengen, ben ik van mening dat er wel degelijk immersie kan plaatsvinden voor de huidige televisiekijker.

De gemiddelde burger had in de jaren vijftig nog niet eerder de mogelijkheid tot de aanschaf van medium waarmee men geestelijk zo sterk de fysieke ruimte kon verlaten. De beginjaren van televisie kenden dan ook een groeiende populariteit. Met grote snelheid vlogen de verkoopcijfers van televisies wereldwijd omhoog. De massale groei van toestellen en populariteit was het gevolg van veranderingen in onder andere de ideologie, veranderingen in de broadcasting en de mogelijkheden tot participatie. Ik zal ingaan op deze veranderingen en vervolgens koppelen met de mogelijkheid tot immersie.

 

Ideologische veranderingen

De negentiende eeuw wordt gekenmerkt door de groei van commercieel mechanisch entertainment. In 1950 bezat 9% van de Amerikaanse huishoudens een televisie. Tien jaar later lag dit percentage op 87,1%.10 In 2006 waren er gemiddeld 2,73 televisietoestellen in een Amerikaans huishouden aanwezig.11

Huhtamo is van mening dat de oorzaak van de groei van mechanisch entertainment, zoals de televisie, ligt in de gelijktijdige groei van machines op werkplekken.12 De televisie kreeg een centrale plek in de huiskamer en om deze reden de bijnaam ‘de elektronische haard’.13 De elektronische haard bood de mogelijkheid vanuit de woonkamer een live televisie-uitzending te bekijken. Raymond Williams noemt dit een mobiele als wel een huiskamer gerichte manier van leven: mobile privatization. Volgens hem heeft dit de mens zijn perceptie van realiteit, maatschappij, cultureel en sociaal leven verandert.14

 

Het televisiekijken op zichzelf, ofwel het opnemen van beeld en geluid, kan worden vergeleken met het spelen van een game. Volgens Mary Fuller en Henry Jenkins is het ontdekken en koloniseren van nieuwe ruimtes de centrale kern van een game. Een gamer is niet geïnteresseerd in een plot en een narratief is daarom bij de productie van een game van ondergeschikt belang. Het gaat de speler, net als een televisiekijker, om nieuwe beelden: “Once immersed in playing, we don’t really care whether we rescue Princess Toadstool or not; all that matters is staying alive long enough to move between levels, to see what spectacle awaits us on the next screen.”15

Ik vergelijk de visie van Fuller en Jenkins met het televisiekijken, daar het vergelijkbaar is met de kritiek op televisie die afkomstig is van Raymond Williams en de Frankfurter Schule. Williams omschrijft de stroom aan beelden, voorgeschoteld aan de televisiekijker, als flow. Meerdere critici zijn het net als Williams, erover eens dat flow staat voor een kracht of een energie waarin de kijker kan worden meegenomen. Williams ziet de relatie tussen de kijker en een televisieschermscherm als passief. De Frankfurter Schule gaat een stap verder door te beweren dat deze passiviteit ervoor zorgt dat de mens zijn kritische bewustzijn wordt uitgeschakeld. In feite wordt door de Frankfurter Schule de angst van deze generatie critici uitgesproken ten opzichte van de moderne massamedia.16

Ik wil wederom terugkomen op de vergelijking tussen het televisiekijken en het spelen van een game. Het idee dat een televisiekijker, net als een gamer, niet geïnteresseerd zou zijn in een narratief maar enkel in nieuwe beelden, bezit overeenkomsten met de visie van Edward D. Miller. Hij verklaart om welke redenen realityshows tegenwoordig populair zijn. De moderne kijker zou namelijk een voyeur zijn: hij betaalt om live toegang te krijgen tot beelden die van surveillance camera’s afkomstig lijken te zijn. Volgens Miller is een reality televisiekijker op zoek naar real-life verhalen uit onverwachte plekken. De mens zou een location scout zijn die constant op zoek is naar drama. 17 Dit staat in contrast met Fuller en Jenkins die beweren dat het de televisiekijker enkel om nieuwe beelden gaat en het narratief van ondergeschikt belang is. Met deze laatste tegenstrijdige visies, wil ik echter aangeven dat een televisiekijker in elk geval verlangt naar een constante toevoer van nieuwe beelden.

De televisie is in ideologisch opzicht ontwikkeld tot een medium met een tijdelijk en elektronisch karakter waarin reality het hoogste doel lijkt. Stephen Heath en Gillian Skirrow omschrijven de identiteit van televisie met behulp van de begrippen “closeness, availability and interpolative nature”. Televisiemakers stellen zich volgens hen voornamelijk tot doel de televisiekijker het gevoel te geven vlakbij aanwezig te zijn. De tijd tussen opname en uitzending moet immers worden overbrugd, aangezien televisie steeds minder live aan het worden is. Live, onmiddellijk, direct, spontaan, en bovenal ‘werkelijk’ zijn begrippen waar het medium naar streeft. Wanneer televisiebeelden vermelden dat de beelden live zijn, betekent dat voor ons kijkers dat het echt en direct is, precies zoals de werkelijke gebeurtenis zich afspeelt. Zo heeft het begrip live zich ontwikkeld tot een equivalent van de werkelijkheid. Televisie lijkt niet live opgenomen, maar alive. 18 Jane Feuer geeft aan dat de alom aanwezige beschikbaarheid van televisie, een kijker kan doen geloven dat het om de realiteit gaat. Dit geldt zodoende eerder voor het zien van beelden op televisie, dan in de bioscoop: “unlike cinema, it [watching television] is an entirely ordinary experience, and this makes it seem natural in a way going to the movies no longer does.”19

Tenslotte mag de technologische aantrekkingskracht van de moderne media, als reden voor de populariteit, niet vergeten worden. 20 De Mutoscope en Kinetoscope trokken in het begin van de twintigste eeuw alle aandacht, in de jaren vijftig waren dit de Cinerema en de eerste televisietoestellen, tegenwoordig zijn het de LCD schermen met een diameter van ruim honderdertig centimeter. 21 “Nieuw is beter” lijkt het motto van de hedendaagse Westerse maatschappij. Technologie wekt interesse bij de consument en men staat letterlijk in de rij voor de nieuwste ontwikkelingen.

 

Veranderingen in broadcasting

De identiteit van televisie was in de eerste jaren onduidelijk. Het medium werd gerelateerd aan de bestaande radio, telefoon en film. Bij digitale technologieën is tegenwoordig hetzelfde aan de hand, hoewel bijna iedere vorm interesse lijkt te hebben in de karakteristieken van de televisie en de computer.22

Volgens Williams draait de technologie van televisie broadcasting om een gecentreerde bron en een individuele ontvanger.23 De inhoud van televisie is door allerlei alternatieve vormen van broadcasting nu afkomstig uit meer dan één enkele distributievorm. Zo moedigen digitale technologieën televisieproviders bijvoorbeeld aan, om diensten aan te bieden die overeenkomsten vertonen met die van het internet.24 Bovendien staat televisie in nauw contact met het internet: televisiemakers verwijzen constant naar de website van de zender of van het betreffende programma. Wanneer een kijker een programma heeft gemist, kan deze op het internet worden bekeken (Afbeelding 1).

 

Afbeelding 1 bron: www.uitzendinggemist.nl

Een karakteristiek van televisie broadcasting omschrijft Williams als flow.25 Terwijl televisiebeelden en programma’s een samenvoeging zijn van allerlei segmenten, wordt door middel van technologische trucages een geheel gevormd, wat de illusie van flow verbeeldt.26 Flow is volgens Williams een term die het meest wordt gebruikt om de essentie van broadcasting uit te leggen en tegelijkertijd van de technologie en de culturele vorm. De structuur en programmering kan ermee worden beschreven. Het begrip krijgt pas echt vorm wanneer het wordt toegepast op de kijkervaring.27 Hierbij kan het begrip dienen als een frame om het receptieproces van de kijker te kunnen begrijpen.28 Feuer voegt hieraan toe dat, wanneer een televisietoestel een onderdeel is van het dagelijks leven en altijd beschikbaar in de woonkamer staat, het televisiekijken als bezigheid geen bijzondere tijdsinvulling is. Televisie is volgens haar zelfs ontworpen om op ieder moment in de stroom van beelden te kunnen stappen, zonder dat daar concentratie voor nodig is.29

Wanneer het begrip flow in combinatie wordt gebracht met reizen, impliceert het een vloeiende en onafgebroken beweging richting de bestemming. Denise D. Bielby en C. Lee Harrington beargumenteren dat de reis die televisieprogramma’s afleggen naar het beoogde publiek allesbehalve vloeiend verloopt. Dit komt doordat culturele betekenissen op verschillende wijzen worden geproduceerd. Het receptieproces is onderhevig aan de representatie, de identiteit, de productie en consumptie, de regulatie en distributie. 30 31

Ook al komen betekenissen per cultuur anders tot stand, televisie blijft een vorm van immediacy of gelijktijdigheid nastreven. Jostein Gripsrud noemt dit het streven naar liveness. Een televisiekijker zou liveness direct koppelen aan ‘de werkelijkheid’. De directe uitzending van gebeurtenissen geeft het beeld een vorm van realisme alsof het de waarheid betreft. Live betekent immers dat de gebeurtenis niet van te voren in scene is gezet. De presentatietechnologieën op televisie zijn echter steeds minder vaak live. In de beginjaren van televisie werden uitzendingen nog wel tijdens de opnames direct uitgezonden. Tegenwoordig wordt dit maar in enkele gevallen gedaan. Om de kijker toch het gevoel te geven dat het live, ofwel de waarheid betreft, wordt liveness als esthetisch belang steeds belangrijker in de ontwikkeling van de presentatietechnologieën.32

 

Veranderingen in participatie

In 1950 adverteerde het bedrijf Zenith voor het eerst met een “Lazy Bones Remote Control” (Afbeelding 2). Deze eerste afstandsbediening gaf de mogelijkheid tussen zenders te zappen, het volume te veranderen en de televisie aan of uit te schakelen.33 De huidige technologie maakt het mogelijk om interactief veranderingen aan te brengen, te navigeren en te participeren als televisiekijker. De televisie is een interface geworden en de kijker is een gebruiker die ontelbaar veel mogelijkheden bezit.

 

Afbeelding 2 bron: http://www.tvhistory.tv/1950_Zenith_Wired_Remote.JPG

 

Door de ontwikkelingen van de afgelopen vijftig jaar is de huidige televisiekijker zich wellicht meer dan ooit bewust van het medium. De televisie biedt vele mogelijkheden die allen gelijktijdig aanwezig zijn en de kijker zijn aandacht vragen. Een uitzending van het nieuws bevat bijvoorbeeld al meerdere schermen, data en beelden, allen binnen hetzelfde venster (Afbeelding 3). Dit is een reden om de huidige televisie-ervaring te verbinden met het concept hypermedialiteit.34 Dergelijke moderne ontwikkelingen en mogelijkheden van het medium, kunnen de kijker afleiden om zich voor langere tijd te richten op een enkel beeld of een narratief. Tegelijkertijd kan, door het feit dat de kijker meer een gebruiker van het medium is geworden, dit een vorm van immersie teweegbrengen. Verderop in dit artikel haal ik meerdere aspecten aan van het huidige televisiekijken die bijdragen aan de hypermedialiteit van het medium.

 

Afbeelding 3 bron: http://www.kantor.com/blog/cnn.jpg

 

De mens bezit een verlangen om fantasieën te kunnen beleven in een fictieve wereld. Dergelijke verlangens kunnen worden geïntensiveerd zodra een immersief medium door middel van participatie de mogelijkheid biedt dit verlangen op een persoonlijke wijze te bevredigen.35 Het gevoel ergens anders te zijn wordt immers meer aangewakkerd zodra de gebruiker fysieke actie inbrengt. Participatie maakt het volgens Murray mogelijk om als gebruiker, tegelijkertijd ook de rol van een acteur te vervullen. Dit kan de betovering van immersie behouden en zelfs versterken.36

Murray haalt ook een andere vorm van participatie aan: navigatie. Zij ziet navigatie als een vorm van handelingsvermogen. De keuzes en de acties van de speler bepalen het verloop en dus het narratief van de game. Nanna Verhoeff leidt hieruit af dat een navigator in feite een narrator, focalisator en een acteur tegelijkertijd is.37 Dientengevolge, wanneer we de speler als navigator bestempelen, die zijn of haar avatar stuurt door het spel, zijn het spel spelen en de ruimte aanschouwen, identiek. De visie van Manovich kan hier aan toe worden gevoegd. Hij stelt dat de speler van een game met hulpmiddelen als een virtuele flaneur navigeert. Hierdoor heeft de speler de ontwikkeling en het verloop van het narratief zelf in de hand.38

Het spelen van een game, komt overeen met het huidige televisiekijken. Technologische mogelijkheden en de vele keuzes, bieden de kijker de kans een individuele weg af te leggen van wereld naar wereld: ofwel van zender naar zender en van beeld naar beeld. De kijker voelt zich tegenwoordig verbonden omdat hij persoonlijk wordt aangesproken en zelfs door televisieprogramma’s wordt gevraagd te participeren.39 De weg die een televisiekijker aflegt is een proces van keuzes maken waarna een persoonlijke interpretatie en betekenis wordt gevormd van wat er is gezien.40

Een transportmiddel waarmee de weg tussen de zenders kan worden afgelegd is de afstandsbediening. De belangrijkste eigenschap van het apparaat is volgens Urricchio de mogelijkheid voor de gebruiker om te ontsnappen aan de flow, die wordt voorschotelt door de zenderprogrammering. Niet alleen kan men reclamespotjes gemakkelijk onderbreken, de oorspronkelijke betekenis van de flow van televisie volgens Williams, kan worden verstoord. En zo is de kern van flow veranderd naar een ander soort flow: een serie van mogelijke keuzes en handelingen voor de kijker. De economische flow die centraal stond in commerciële televisie is gewijzigd in een meer door de kijker gedomineerde vorm van flow.41 De toegenomen hoeveelheid aan programma’s heeft de keuze van de actieve kijker verbreed. Met de afstandbediening in de hand volgt hij zijn eigen weg. Logischerwijs intensiveren producenten, reclamemakers en andere televisiemakers hun pogingen om de kijker vast te houden en niet weg te zappen. 42

Een kijker die opgaat in de flow van de programmering wordt, sinds 1976, ook wel een couch potato genoemd.43 Enerzijds is een dergelijke kijker een perfect doelwit voor een flow aan geprogrammeerde beelden. Anderzijds wordt de (passieve) couch potato, uitgerust met een recorder, afstandbediening, kabeltelevisie en een stapel dvd’s, steeds meer een actieve, mobiele en onvoorspelbare kijker. Deze mogelijkheden geven de couch potato de kans om op een andere manier televisie te kijken. De mogelijkheden belichamen een vorm van flow die vanuit de kijker zelf wordt aangestuurd. Om terug te komen op het concept broadcasting, de activiteit die werd geassocieerd met de publieke sfeer, lijkt narrowcasting tegenwoordig een betere benaming. 44 De publieke tijd is privé tijd geworden en de kijker kan een subjectieve invloed op de tijd uitoefenen. Friedberg stelt dat de kijker is verloren in de tijd en tegelijkertijd zelf controle heeft over de tijd.45 Het begrip narrowcasting omvat ook de benutting van metadata en het maken van aanpassingen ten behoeve van de individuele smaak van de kijker. Een systeem als TiVo is hier een goed voorbeeld van (Afbeelding 4).

De meest fundamentele transformatie van de relatie tussen de kijker en het medium, kan worden gevonden in de applicatie van metadata systemen en filtertechnologieën voor de selectie van programma’s. 46 TiVo bezit een mechanisme dat automatisch de metadata van televisieprogramma’s leest en ze vervolgens categoriseert. Zo wordt een programma automatisch opgenomen, gestopt, genegeerd of aangeraden.47 Zelfs het kijkgedrag van de kijker (ofwel de gebruiker van TiVo) wordt door middel van observaties opgeslagen en op basis hiervan kunnen selecties voor de kijker worden gemaakt. Het systeem scant de metadata van ieder programma, sorteert deze en test aan de kijker zijn criteria of het relevant is. Wanneer dit het geval is, wordt het programma gepresenteerd als een suggestie. 48 49

 

Afbeelding 4 bron: http://www.tivo.com/whatistivo/tivois/index.html

Ik gaf eerder aan dat er, door de technologische mogelijkheden, een door de kijker gestuurde flow is ontstaan. In de nieuwste ontwikkelingen wordt de flow echter niet alleen gedomineerd door de programmering of de kijker. De werking van metadata in combinatie met filters geven geen neutrale filtering. Wat tot gevolg heeft, dat de producenten, de kijkers en de specifieke eigenschappen van een systeem bepalen welk label data krijgt en wat de kijker uiteindelijk zal zien. De stroom van programma’s die uit deze combinatie voorkomt, is gericht op een zo passend mogelijk individueel aanbod. Een aanbod dat volgens Uricchio, veel wegheeft van een vorm van flow: “a steady stream of programming designed to stay in touch with our changing rhythms and moods, selected and accessible with no effort on our part, anticipating our every interest (thanks to extensive digital video backup), and nearly infinite in its capacities.”50

Om te besluiten wil ik dit laatste citaat over deze moderne vorm van flow terugkoppelen naar de visie op immersie, zoals Murray heeft omschreven. Volgens haar wordt de ervaring van immersie versterkt of behouden zodra een persoon actief kan participeren bij de constructie van een fantasie.51 Met deze visie ter hand, in combinatie met de eerdere genoemde theoretici, is het vanzelfsprekend te noemen dat de moderne televisiekijker zijn eigen persoonlijke vorm van flow construeert en daarbij een immersieve ervaring kan beleven. De kijker kiest zijn eigen weg in de beelden, zenders en mogelijkheden.

 

Conclusie

In dit artikel heb ik een aantal ontwikkelingen van het medium televisie beschreven. Daarnaast heb ik verklaringen voor die veranderingen gegeven. Het inspelen op de (mogelijke) wensen van de televisiekijker, ligt hoofdzakelijk ten grondslag aan de ontwikkeling van televisie.

Sinds het ontstaan van televisie is het immersieve karakter van het medium over het algemeen door televisiekijkers als zeer plezierig ervaren. Nieuwe ontwikkelingen en technologieën hebben dit plezierige aspect mogelijk versterkt, dan wel, te niet gedaan. Ik heb beschreven op welke manier er bij het kijken naar televisie in de huidige maatschappij sprake is van immersie en hoe dit is veranderd met het televisiekijken in de jaren vijftig.

Ik wil mijn artikel concluderen met het standpunt dat de nieuwe ontwikkelingen en technologieën bijdragen aan een nieuwe vorm van immersie. Ten eerste biedt het hypermediale medium televisie zowel de mogelijkheid te participeren als te navigeren binnen de mogelijkheden. Er wordt door de kijker, bijvoorbeeld met een afstandsbediening, een individuele weg gekozen tussen de beelden. 52 Door het proces van persoonlijke interpretatie wordt er vervolgens betekenis gegeven aan de zelfgekozen flow aan beelden.53 De persoonlijke invloed van de kijker op de beelden, versterkt de mogelijkheid tot immersie.

Ten tweede is de hoofdfunctie van deze ontwikkelingen en technologieën een zo passend mogelijk aanbod te leveren aan de wensen van de televisiekijker. Technologieën zoals TiVo, construeren samen met de kijker een persoonlijk gerichte flow. De mogelijkheid tot actieve participatie, die een kijker bezit bij de constructie van deze flow, versterkt ook de ervaring van immersie. De kijker kan immers zijn eigen wensen en fantasieën met behulp van nieuwe technologie sturen en vormgeven.54

Tenslotte wordt door televisiemakers liveness als esthetisch belang steeds meer toegepast in de presentatietechnologieën. De kijker kan door de nieuwe technologieën, de uitgezonden beelden als de werkelijkheid ervaren. Ook liveness versterkt het immersieve karakter van het medium. De kijker zit in de eenentwintigste eeuw nog altijd in zijn armchair, en krijgt de mogelijkheid de directe, gelijktijdige werkelijkheid te ervaren.

Dat televisie nog lang niet het einde heeft bereikt in haar ontwikkeling, is voor mij duidelijk. Als kijkers van de eenentwintigste eeuw ondervinden wij dat televisie, zoals vele andere media, een hypermediaal karakter heeft gekregen. Daarbij neemt het steeds meer aspecten in zich op uit andere media.55 Door deze ontwikkelingen staat het voor mij vast dat de televisie als “venster op de wereld” voorlopig niet zal onderdoen aan de andere hedendaagse media. Televisie zal een centrale plek behouden in de wereld.

 

1 J. Murray, “Immersion” in Hamlet on the Holodeck (Cambridge, MA: The MIT Press, 1997): 97-126.

2E. Huhtamo, “Armchair Traveller on the Ford of Jordan: The Home, The Stereoscope and the Virtual Voyager” Mediamatic 6, (2006) www.mediamatic.net/article-5910-en.html

3 Ik richt mij specifiek op de Westerse maatschappij omdat hier de cultuur rondom media de grootste ontwikkeling heeft meegemaakt, wat de vergelijking tussen toen en nu interessant maakt.

4 A. Wood, “Gallery Space/Temporal Zoning” Digital Encounters (Routledge, 2007): 133.

5Murray.

6 De drang naar de totale onderdompeling in een andere wereld zou een gegeven zijn van de eigentijdse technocultuur, maar bestond ook al bij de vroege film en televisie.

7 E. Huhtamo, “Encapsulated Bodies in Motion: Simulators and the Quest for Total Immersion” in Critical Issues in Electronic Media (Albany: SUNY Press, 1995): 159-186.

8 R. Stam, “Television News and Its Spectator” in Regarding Television: Critical Approaches: an Anthology, red. E.A. Kaplan (Washington, D.C.: Univ. Publications of America, 1983): 26.

9 http://www.nu.nl/news.jsp?n=1591842&c=37

10 http://www.tvhistory.tv/Annual_TV_Households_50-78.JPG.

11 Nielsen Media Research, http://www.usatoday.com/life/television/news/2006-09-21-homes-tv_x.htm

12 Deze mechanisatie vond al plaats voor de negentiende eeuw, wat mede een oorzaak kan zijn voor de Mutoscope en de Kinetoscope (beide uit circa 1893). De kijker van deze media kreeg de mogelijkheid, met de technologie als transportmiddel, een ander universum te bezoeken. De kijker plaatste zijn of haar ogen voor het medium om vervolgens de immersieve ervaring te beleven. 13

13L. Spigel, “Television in the Family Circle. The Popular Reception of a New Medium” in Logics of Television: Essays in Cultural Criticism, red. P. Mellencamp (Bloomington en Londen: Indiana U.P. en BFI, 1990): 74.

14 A. Friedberg, “Spectatorial Flanerie” in Window Shopping (Berkeley en Los Angeles: University of California Press, 1993): 132-143 en 260-263.

15 M. Fuller en H. Jenkins, “Nintendo® and New World Travel Writing: A Dialogue” Cybersociety: Computer-Mediated Communication and Community, red. Steven G. Jones (Thousand Oaks: Sage Publications, 1995): 57-72.

16 J. Gripsrud, “Television, Broadcasting, Flow: Key Metaphors in TV Theory” in The Television Studies Book, red. C. Geraghty en D. Lusted (Londen: Arnold, 1998):17-32.

17 E.D. Miller, “Fantasies of Reality: Surviving Reality-Based Programming” Social policy, 31 (2000): 6-10.

18 J. Feuer, “The Concept of Live Television: Ontology as Ideology” in Regarding Television: Critical Approaches: an Anthology, red. E. A. Kaplan (Washington, D.C.: Univ. Publications of America, 1983): 15.

19 Ibidem.

20 Huhtamo, “Encapsulated Bodies in Motion: Simulators and the Quest for Total Immersion”.

21 http://www.consumer.philips.com/consumer/nl/nl/consumer/cc/_productid_52PFL9632D_10_NL_CONSUMER/Flat-TV+52PFL9632D-10

22 W. Uricchio, “Television’s next generation: technology, interface culture, flow” Television After TV, red. L. Spigel en J. Olsson (Durham en Londen: Duke U.P., 2004): 163-182.

23 R. Williams, Television: Technologie and Cultural Form (New York: Schocken Books, 1975) S. Heath and G. Skirrow, “Television: A World in Action,” Screen 18, (1977).

24 Uricchio.

25 Williams.

26 Feuer, 15.

27 Williams.

28 Uricchio, 165.

29 Feuer, 15.

30 D. Bielby en C. Harrington, “Global Television Distribution: Implications of TV "Traveling" for Viewers, Fans, and Texts” American behavioural scientist, 48 (2005): 903.

31 P. du Gay, S. Hall, L. Janes, H. Mackay, en K. Negus, Doing cultural studies: The story of the Sony Walkman (Londen: Sage, 1997).

32 Gripsrud.

33 http://www.tvhistory.tv/Remote%20Controls.htm

34 J.Bolter en R. Grusin, “Mediated Spaces” Remediation: Understanding New Media (Cambridge, MA: MIT Press, 2000): 168-183.

35 Murray.

36Ibidem.

37 N. Verhoeff, “Screens of Navigation: From Taking a Ride to Making a Ride” (2008) http://blogs.arts.unimelb.edu.au/refractory/2008/03/06/screens-of-navigation-from-taking-a-ride-to-making-the-ride/

38 L. Manovich, “Navigable Space” The Language of New Media (Cambridge, MA: The MIT Press, 2001): 244-281.

39 Bijvoorbeeld doordat de kijker wordt gevraagd een sms-bericht te sturen.

40 Wood, 137-138.

41 Uricchio, 169.

42 Ibidem, 172-173.

43 In de daaropvolgende tien jaar, keken de helft van de Amerikaanse huishoudens naar kabeltelevisie, en een derde van de huishoudens bezat een VCR en een afstandsbediening.

44 Uricchio, 180.

45 Friedberg.

46 Uricchio, 172-173.

47 Dit principe is ondertussen in ontwikkeling tot meer gevorderde systemen die kunnen inspelen op tweeduizend kanalen en nog veel meer programma’s.

48 Uricchio, 175-177.

49 Een dergelijke technologie is in ontwikkeling bij Philips onder de werktitel Double Agent.

50 Uricchio.

51 Murray.

52 Er van uitgaande dat de televisiekijker alleen kijkt zonder anderen erbij.

53 Wood.

54 Murray.

55 Bolter en Grusin.

Literatuurlijst